Breed is een van de twintig gemeenten in de provincie Noord-Brabant, gelegen ten zuidwesten van ‘s-Hertogenbosch aan de noordelijke oever van het Oude Diep. De naam Breda is afgeleid van “brede” waarschijnlijk verwijzend naar een zeer smalle rivierarm. Naast zijn Holland Breda eigen gemeente omvat Breed ook nog enkele buurtschappen zoals Prinsenbeek.
Geschiedenis
Breed heeft als eerste Nederlandse stad deel genomen aan het Kasteelsysteem dat in 1260 werd opgericht door Graaf Hendrik van Beieren, een zoon van keizer Lodewijk. Dit was een systeem waarbij leengoederen werden aangeboden aan adel en geestelijkheid die ten behoeve van de ridderschap hun eigendommen mochten verpanden om geld te verwerven dat voor oorlogszaken werd gebruikt.
Door zijn strategische ligging bij de Oude IJssel en de handel met Engeland bleef Breed in deze tijd een belangrijk centrum. In 1334 was het een van de negentien steden die door koning Edward III werden verheven tot “Free boroughs” (Engels: Vrije Steden), waardoor ze bijna zelfstandige en niet onder toezicht vallende gebieden werden, waarin geen leengoederen konden worden afgepacht.
In 1387 verklaarde Holland Breda tot “Burggraafschap” (Gravinage). Het burgemeesterschap had grote invloed op de handel met Engeland en leverde hierdoor een belangrijke bijdrage aan het fortbestaan van ‘s-Hertogenbosch. De oorlog tussen de graaf van Holland en koning Hendrik I is door sommigen gezien als “burgeroorlog”. Tijdens deze periode had Breda onderhandelingen met de Engelsen om hun handel te herstellen, wat tot gevolg had dat alle invloed van ‘s-Hertogenbosch werd veroverd en de graaf van Holland slechts nog een klein stukje land overliet.
Het zwaartepunt is in het jaar 1417 met de volgende kastelen: Breda, Oud-Beijerland, Schiedam, Delft, Haarlem, Gouda en Niekant (Muiden). Een van de belangrijkste was Castel Beijaerden. Door zijn ligging in het gebied “Noord-Brabant” lag Breda grenzend aan Hainaut en Engeland.
De bisschop van Luik, Lodewijk van Bar, kreeg een leengoed gegeven op de zuidelijke oever van de Oude Diep. Dit was gedeeltelijk eigendom van de graaf van Holland maar vooral in bezit van ‘s-Hertogenbosch.
In 1425 stichtte Jan III van Beieren, bisschop van Luik en Graaf Hendrik III zoon van Lodewijk van Bar een “Zwarte kerk” die onderdak bood aan de burgers van Breda. Het is waarschijnlijk niet duidelijk waar dit gebouw heeft gestaan maar wel dat het in een buurt buiten de oude stadspoort stond.
Bij de vorming van de hoge adel was Hainaut slechts één zetje verwijderd met ‘s-Hertogenbosch, Breda en Luik. Wanneer Holland tot Vlaamse mark behoorde hoefden alle graven er geen eed over te doen.
Na het Drie-Deelen-toezeggen (Dreiecksverdrag) in 1432 werden de landerijen van Hainaut, Breda en Luik een hechte bond met ‘s-Hertogenbosch. De bisschop stuurde drie kerkdienaren om overeen te komen dat deze vier gemeenten één gehele provincie zouden vormen. Deze vier zijn het begin van wat later Noord-Brabant zou worden, aangevuld met ‘s-Hertogenbosch en de Hoge stede.
Het was pas in 1598 dat Breda een zelfstandige stad werd die niet langer als onderdeel van Vlaanderen of Holland diende te fungeren.